Not in my backyard: het distributiecentrum

Gepubliceerd op: 7 januari 2020
Bijgewerkt op: 7 januari 2020
Distributiecentra 800 X 400

Welk uitzicht heb je liever? Een weidelandschap of een groot distributiecentrum? Je moet wel veel van logistiek houden om voor het laatste te kiezen. Veel omwonenden zien distributiecentra dan ook liever niet in hun buurt verschijnen. Over de wenselijkheid van het toenemende aantal distributiecentra in Nederland verscheen maandagavond een aflevering van televisieprogramma De Monitor.

Een van de oorzaken van de groei van het aantal distributiecentra in Nederland is de groei van de e-commercesector. Mensen vinden de magazijnen niet mooi, maar ze ontvangen hun spulletjes wel graag snel en gemakkelijk aan huis. En daar spelen de zogenaamde ‘dozen’ een cruciale rol in. Sterker nog: dankzij de distributiecentra kunnen producten zeer efficiënt worden geleverd.

Minder CO2-uitstoot

Die efficiëntie heeft een positieve impact op het klimaat. Levering via een e-commercenetwerk kan vergeleken met een autoritje van de consument naar de winkel wel tot de helft van de CO2-uitstoot schelen. Dat komt omdat bestelde producten allemaal samengevoegd worden en in volle voertuigen via goed doordachte routes worden afgeleverd. Dat is een stuk efficiënter dan wanneer consumenten allemaal individueel op pad gaan.

Dit neemt niet weg dat het wenselijk is om goed na te denken over de juiste locaties en clustering van de grote distributiecentra. Tot dit advies kwam ook het College van Rijksadviseurs (CRA) onlangs. Een concreet plan ontbreekt echter nog. Het zou goed zijn als het rijk en de provincies hierover de regie nemen.

Daarnaast kunnen de logistieke centra zelf ook bijdragen aan de omgeving. Zo opende Lidl afgelopen najaar het meest duurzame distributiecentrum van Nederland in Waddinxveen. Het gebouw is voorzien van ledverlichting, warmtekoudeopslag en ruim 4.000 zonnepanelen. Hiermee kan Lidl het gebouw en de bijbehorende kantoren laten draaien op duurzame energie, zonder gebruik van fossiele brandstoffen. Het gebouw heeft daarom ook geen gasaansluiting.

Ook de omgeving profiteert van het nieuwe distributiecentrum. Zo levert Lidl het opgevangen regenwater aan tuinders in de buurt en plant de supermarkt 11.000 bomen, struiken en planten in de directe omgeving. Bovendien moet het grinddak dienen als broedplek voor scholeksters en zijn er kasten voor vleermuizen en een nestpaal voor ooievaars.

Meer duurzame distributiecentra

Lidl staat hierin niet alleen; het nieuwe distributiecentrum van Wehkamp ligt vol met zonnepanelen en het distributiecentrum van Coolblue is voorzien van een enorm zonnedak met wel 23.000 panelen. Ook zien we dat steeds meer logistieke centra gebouwd worden van duurzame herbruikbare materialen. We zullen ook zien dat aan de rand van de steden meer logistieke hubs verschijnen, zodat goederen met zero-emissievoertuigen de stad in kunnen.

Alleen naar ‘verdozing’ kijken is eenzijdig, want de logistieke centra zijn essentieel voor het leveren van onze spullen en levensmiddelen. De gebouwen kunnen bovendien een bijdrage leveren aan de noodzakelijke transitie naar duurzame energie en mobiliteit. Met regie op de locaties waar ze komen, kan deze waarde nog meer benut worden.

Onderwerpen

Deel dit kennisartikel

Recente artikelen over dit onderwerp