Online retail: vaardig, veilig, vooruit

Verkiezingsprogramma digital commerce

In de online retail ligt de komende regeerperiode een groeipotentieel van 58% omzet. Thuiswinkel.org helpt e-commercebedrijven en hun medewerkers verder om die groeikans te realiseren. De belangen van consumenten sluiten daarbij nauw aan op die van webwinkels. ‘Vooruitgang, vaardigheid en veiligheid’ zijn daarbij kernbegrippen. In aanloop naar de verkiezingen voor de Tweede Kamer in 2017 doet Thuiswinkel.org  graag beleidssuggesties die ten goede komen aan omzetgroei in de retail, mensen met betere digitale vaardigheden en een veilige digitale omgeving.

 

Het marktaandeel van digital commerce blijft groeien en meer transities zijn op komst

  • E-commerce en webwinkels dragen op substantiële wijze en in steeds toenemende mate bij aan de Nederlandse economie, werkgelegenheid en sociale betrokkenheid.
  • In 2016 groeide de online verkoop van producten en diensten met 23% naar € 20,16 miljard omzet. Van alle consumentenbestedingen aan detailhandelsgoederen gaat ruim 11% online. Van de totale uitgave aan diensten gaat 22% via het online kanaal. Tot het einde van de volgende kabinetsperiode verwachten we een doorgroei met 58% tot een online omzet van € 31,9 miljard.
  • Webwinkels staan, net als veel (retail)branches, voor grote veranderingen als gevolg van technologische vooruitgang en het gebruik van grote hoeveelheden data.
  • Consumenten zijn altijd en overal online – ook in de winkel(straat) – waardoor webwinkels moeten inspelen op zowel mondiale concurrentie als lokale ontwikkelingen.
  • Spelers in de (traditionele) retailketen nemen andere rollen aan. Consumenten worden producenten en producenten worden retailers.
  • Consumenten vragen in toenemende mate om duurzame (web)winkels.

Maar belemmeringen voor verdere groei liggen op de loer

Dit aantrekkelijke perspectief – de groei van e-commerce en de noodzaak tot transitie – vragen niet alleen om de herontwikkeling van businessmodellen, maar juist ook om mensen met bredere en diepergaande digitale vaardigheden die deze modellen gaan realiseren, want:

  • door internationale expansie van grote technologische bedrijven die ook als retailer actief zijn, is het steeds lastiger voor webwinkels om (internationaal) concurrerend te blijven – want the winner takes all. Omdat deze techreuzen vaak niet uit Europa komen staat het concurrentie- en verdienvermogen van Europese bedrijven staat onder druk. Een effect dat wordt versterkt doordat regelgeving nog maar beperkt begrip heeft voor de kansen die digitalisering en data bieden;
  • digital commerce-bedrijven kunnen moeilijk aan juist gekwalificeerde mensen komen. Het opleidingsaanbod sluit in de volle breedte niet aan op de vraag vanuit de markt naar mensen met goede ict-vaardigheden;
  • door de professionalisering van criminaliteit die de e-commercesector, en daarmee ook consumenten, treft, wordt het steeds moeilijker om in te spelen op bedreigingen als phishing, ddos-aanvallen en fraude. Criminaliteit in het digitale domein ondermijnt het vertrouwen van de burger in digitale diensten in het algemeen en het online (ver)kopen in het bijzonder. Voor de oplichters in het online domein geldt dat de pakkans minimaal is, terwijl de winsten significant zijn;
  • de burger die ook consument is, kan zich in de toekomst niet identificeren bij een webwinkel door een online versie van zijn paspoort te gebruiken. Dit terwijl de consument in een winkel gewoon een door de overheid uitgegeven identiteitsbewijs kan tonen. Hier dreigen we een kans te missen die in potentie bedraagt aan vertrouwen in het digitale domein;
  • een klein deel van de consumenten verbruikt een groot deel van de grondstoffen. Dat staat haaks op Nederlands duurzame ambities.

Waardoor een volgend kabinet in Nederland en daarbuiten moet doorpakken op de volgende randvoorwaarden:

  • Een internationaal gelijk speelveld voor webwinkels moet snel worden gerealiseerd door:
  • voltooiing van de Digitale Interne Markt en het verlagen van drempels voor internationaal ondernemen door wegnemen van onnodige douanepraktijken en heffingen;
  • mededingingsregels die worden toegepast waar nodig, maar wel op het juiste schaalniveau, zodat de dynamiek van winner takes all niet ten koste gaat van het digitale mkb;
  • lokaal en (inter)nationaal toezicht dat bijdraagt aan het vertrouwen van consumenten maar geen bron mogen zijn van oneerlijke verhoudingen in de markt. Harmonisatie en synchronisatie van dat toezicht zijn daarom noodzakelijk;
  • ontwikkelen van randvoorwaarden voor de bescherming van persoonsgegevens zonder onnodige belemmeringen voor trans-Atlantisch dataverkeer;
  • Europese regels die grensoverschrijdend kopen makkelijker maken en die rekening houden met specifieke omstandigheden van cross-border digital commerce;
  • het vinden van oplossingen voor belemmeringen van cross-border logistiek en btw-druk in de EU28.
  • Mensen opleiden door digitale en/of e-commerceskills bij te brengen op alle onderwijsniveaus in de volle breedte van het onderwijsstelsel. Dit door de basis voor de toekomst te leggen in het basisonderwijs door het leren programmeren en het aanbieden van digitale lesmethoden. Het huidige start-up beleid moet worden vervolgd, zodat Nederlandse start-ups tot innovatie en expansie kunnen komen en ons land wordt verrijkt met (buitenlands) talent.
  • Burgers en bedrijven hebben de basis van privacy en cybersecurity op orde door:
  • meer investering in kennisopbouw, capaciteit en internationale samenwerking bij politie en justitie om criminaliteit in het e-commercedomein aan te pakken. Bijvoorbeeld door het instellen van een landelijk loket waar e-commercebedrijven digitaal aangifte kunnen doen en ondersteund worden door een aan te stellen landelijk OvJ E-commercefraude;
  • doelgroepgerichte bewustwordingscampagnes.
  • Zorg dat een door de overheid uitgegeven online identiteit bruikbaar is in het marktdomein. Dat bevordert vertrouwen van burgers en/of consumenten in online zakendoen. Het leidt tot minder fraude, want er is tussen consument en webwinkel meer zekerheid over met wie zaken wordt gedaan. Om gebruik te stimuleren moet deze dienst gekoppeld kunnen worden aan bestaande (betaal)oplossingen. Om cross-border verkopen te kunnen faciliteren moeten deze oplossingen interoperabel zijn, bijvoorbeeld via open API’s en standaardisatie van een technologisch framework dat betalen en identificeren faciliteert.
  • Verdere verduurzaming van de e-commercesector door het uitvoeren van onderzoeken naar de grootste milieu-impactfactoren binnen deze sector en inzicht te verschaffen in verbeteringen. Sectorbrede onderzoeken naar reductie van de milieu-impact van online winkelen vragen om subsidieregelingen die dat faciliteren.